Toegankelijkheidsinstrumenten
Skip to main content
Auteur: Eric Ooink
Archief locatie: Ansichtenserie door Eric Ooink op Facebookpagina Oud-Haaksbergen
Foto van de week 14-20 september 2026

Groeten uit Haaksbergen

Eric Ooink
9 maart 2019
Ansichten afl. 84

In 1971 stuurden “An, Ad en kinderen” dit kaartje naar “Mevr. R. v.d. Bas-Hamoen”, die op dat moment in het ziekenhuis Berg en Bos in Bilthoven verbleef.

Boek-en Kantoorboekhandel Jos. van Rooij uit Haaksbergen is de uitgever van dit zogenaamde drieluik met afbeeldingen van:
1) de Stender(t)kast

Van 1921 tot 1980 stond er in het Buurserzand een windmolen van het type standerdmolen, met naam de Stenderkast of Wissinks Möl. Oorspronkelijk stond de molen van 1802 tot 1921 op het erve Wissink in Usselo. Bernard van Heek kocht de molen en liet hem in 1921 herbouwen op de zogenaamde Roerinkskaamp bij de huidige Stendermolenweg. In 1972 werd de molen door een hevige herfststorm zo ernstig beschadigd dat sloop onvermijdelijk bleek. De molen werd bijna 40 jaar geleden herbouwd op de oorspronkelijke plek in Usselo.

2) Buursermeertje
Het Buursermeertje werd volgens mondelinge overlevering omstreeks 1915 ontgraven door een grote ploeg polderwerkers, die gelegerd waren in een barak in de omgeving van het Laakmors. De vrijgekomen grond werd gebruikt voor de aanleg van enkele heuveltjes tussen ‘De Bommelas’ en het Buursermeertje. Het Buursermeertje werd al snel een geliefd recreatieoord, vooral voor inwoners van Enschede.

3) Watermolen
De Oostendorper Watermolen staat sinds 1548 op deze plek en is gebouwd in opdracht van keizer Karel V, die sinds 1528 de landsheer van Overijssel was. Op 18 september 1548 is de molen gaan draaien. Eerst alleen de korenmolen (links) want de oliemolen was op dat moment nog niet helemaal klaar. De eerste mulder op de molens was Johan ten Oostendorp. Hij maalde “upt derde vat”. Dit betekende dat hij het scheprecht had. Hij mocht als maalloon een aantal scheppen uit ieder aangevoerd vat graan nemen, waarvan één derde deel voor de keizer was, één derde deel voor de drost en de rest was voor hemzelf.


Bron(nen): Foto(‘s) en tekst afkomstig van de Facebookpagina Oud-Haaksbergen: https://www.facebook.com/groups/171140093245568, geüpload met commentaar door Eric Ooink
Auteur: Eric Ooink
Archief locatie: Ansichtenserie door Eric Ooink op Facebookpagina Oud-Haaksbergen
Foto van de week 14-20 september 2026

Groeten uit Haaksbergen

Eric Ooink
9 maart 2019
Ansichten afl. 84

In 1971 stuurden “An, Ad en kinderen” dit kaartje naar “Mevr. R. v.d. Bas-Hamoen”, die op dat moment in het ziekenhuis Berg en Bos in Bilthoven verbleef.

Boek-en Kantoorboekhandel Jos. van Rooij uit Haaksbergen is de uitgever van dit zogenaamde drieluik met afbeeldingen van:
1) de Stender(t)kast

Van 1921 tot 1980 stond er in het Buurserzand een windmolen van het type standerdmolen, met naam de Stenderkast of Wissinks Möl. Oorspronkelijk stond de molen van 1802 tot 1921 op het erve Wissink in Usselo. Bernard van Heek kocht de molen en liet hem in 1921 herbouwen op de zogenaamde Roerinkskaamp bij de huidige Stendermolenweg. In 1972 werd de molen door een hevige herfststorm zo ernstig beschadigd dat sloop onvermijdelijk bleek. De molen werd bijna 40 jaar geleden herbouwd op de oorspronkelijke plek in Usselo.

2) Buursermeertje
Het Buursermeertje werd volgens mondelinge overlevering omstreeks 1915 ontgraven door een grote ploeg polderwerkers, die gelegerd waren in een barak in de omgeving van het Laakmors. De vrijgekomen grond werd gebruikt voor de aanleg van enkele heuveltjes tussen ‘De Bommelas’ en het Buursermeertje. Het Buursermeertje werd al snel een geliefd recreatieoord, vooral voor inwoners van Enschede.

3) Watermolen
De Oostendorper Watermolen staat sinds 1548 op deze plek en is gebouwd in opdracht van keizer Karel V, die sinds 1528 de landsheer van Overijssel was. Op 18 september 1548 is de molen gaan draaien. Eerst alleen de korenmolen (links) want de oliemolen was op dat moment nog niet helemaal klaar. De eerste mulder op de molens was Johan ten Oostendorp. Hij maalde “upt derde vat”. Dit betekende dat hij het scheprecht had. Hij mocht als maalloon een aantal scheppen uit ieder aangevoerd vat graan nemen, waarvan één derde deel voor de keizer was, één derde deel voor de drost en de rest was voor hemzelf.


Bron(nen): Foto(‘s) en tekst afkomstig van de Facebookpagina Oud-Haaksbergen: https://www.facebook.com/groups/171140093245568, geüpload met commentaar door Eric Ooink