SITE DOORZOEKEN MET GOOGLE SEARCH

2022 Foto's

Foto van de week 2 - 8 mei 2022

OUDE KIEKJES UIT HET FAMILIEARCHIEF ELDERINK AFL. 14

SPINNEN EN KARNEN op het NIJENHUIS 

Dit keer ‘twee kunnigen’, namelijk moeder en dochter Catarina en Dika ter Huurne, die we eerder zagen op de interieurfoto bij de schouw van het Nijenhuis in aflevering 8 van deze serie. Ook op deze foto uit de periode 1900-1905 zijn ze druk aan het werk voor de door hen bewoonde boerderij Het Nijenhuis aan de Zendvelderweg in Buurse. Moeder Catarina (1836-1911) is vertrouwd met het spinnewiel; werk dat ze zittend kan verrichten. Dochter Dika (1879-1960) doet het zwaardere werk en is druk doende met het karnen van de melk. Na gedane arbeid is er tijd voor koffie en die staat rechts in de deuropening klaar. Aangezien het spinnen en karnen in die tijd al bijna tot de oude ambachten behoorden zou het goed kunnen dat deze foto voor het nageslacht in scène is gezet…
 
Spinnen
In heel Twente waren de boeren vertrouwd met thuis spinnen en weven, beroepen die werden uitgeoefend in perioden dat er buiten niet gewerkt kon worden. Uit vlas en wol werd garen gesponnen, dat vervolgens tot linnen en kledingstukken werd geweven. Er was hier huisnijverheid, waarmee in de 18e en 19e eeuw een aanvulling op het inkomen was gevonden. Het geweven linnengoed dat men niet voor eigen gebruik nodig had werd verkocht aan de linnenreiders (handelaren in textiel). Er ontstond een succesvolle handel, waaruit uiteindelijk de bekende textielindustrie is ontstaan. Na de industrialisatie werd het spinnewiel bij de meeste boeren echter niet meteen bij het grofvuil gezet. De oudere generaties bleven spinnen voor eigen gebruik. Het spinnen was werk voor de natte herfstmaanden en de koude wintertijd. Als de grote werkzaamheden buiten voorbij waren dan kwamen langzamerhand de spinnewielen voor de dag. Deze werden in de woonkeuken gezet, waar het door de schouw warmer was en de spinster daarnaast gezellig mee kon keuvelen. Bijna dagelijks was dan het snorren van het spinnen te horen. Het was voornamelijk vrouwenwerk. Het benodigde vlas verbouwden de boerden zelf, nog tot ongeveer 1900. Elk voorjaar werd hiervoor het lijnzaad gezaaid. Het vlas gaf de akkers een zee van blauwe bloemen. Omstreeks Sint Joapik (25 juli) was het rijp en werd het vlas geoogst. Na vele behandelingen kon het mooi uitgekamde vlas in bundeltjes worden gedraaid, die op het spinnewiel werden gesponnen tot linnen garens. De schapen, waarvan Buurse er veel had, leverden de boeren wol, die deels werd verkocht. Van het overige maakten de vrouwen bovenkleding voor het hele gezin.
 
Karnen
Het eerste werk op de boerderij was ‘s morgens het melken en dat gebeurde meestal door de vrouwen en knechten. Een goede handmelker kon vroeger per uur vijf tot zes koeien aan. Per melkbeurt leverde een koe toen vijf tot zes liter. De verwerking van de melk was een taak van de boerin en haar dochters of de meiden. Na het zeven werd de melk op de boerderij gekarnd. Dat gebeurde met de volle melk, nadat die gezuurd was. Dat zuren ging in de zomerwarmte vanzelf, maar in het koude jaargetijde werden de roompotten met melk om de haard gezet. Het karnen was een zwaar werk. Dat gebeurde in de melkkamer, een klein vertrekje in de zijbeuk van het woongedeelte van het (vroegere) lös hoes. Daar stond de zuur geworden melk van de laatste dagen. Het karnen gebeurde met een houten vat van ongeveer een meter hoog met ijzeren ringen eromheen. Van boven was het vat wat smaller dan onderaan. De polssteel met op het eind een eikenhouten blad van bijna dezelfde diameter als de hals van de karn, met acht gaatjes, stak daar een halve meter bovenuit. De karn kon 25 liter melk bevatten. In Twente betrof het volle melk, want in verband met de geringe melkproductie, werd hier niet, zoals in de veeteeltgebieden, de van de melk afgeschepte room gekarnd.
De karnster pakte het bovendeel van de karnpols vast en maakte er op-en-neergaande bewegingen mee, waardoor je de melk in het vat hoorde klotsen. Na een tijdje keek men even om te zien of de boterdeeltjes al begonnen te drijven. Dat was het sein om de karnpols een kwartiertje te laten rusten. Als de melk niet wilde boteren werd er kokend water in gegoten. Daarna werd opnieuw gedurende 10 minuten gekarnd. Tenslotte dreef een kluit boter in de karnemelk, die na een half uur uit de karn werd gehaald en in een houten bak gewassen en gekneed om het vocht er zoveel mogelijk uit te krijgen. Voor de houdbaarheid werd zout toegevoegd. Tenslotte ging de boter in een aardewerken pot. Eenmaal in de week werd de boter afgeleverd bij de winkelier of klanten in de stad. Ook werd het op de markt verkocht. Voor een deel van de opbrengsten werden winkelwaren uit de stad meegenomen. Op de grote bedrijven maakte men wel gebruik van een gedresseerde karnhond, die in een groot rad draafde en dat doordoor in beweging bracht. Zo’n hondentredmolen kwam ook bij enkele grote boerenerven in Haaksbergen voor.
Geleidelijk namen eind 19e en begin 20e eeuw de tot stand gekomen melkfabrieken het karnwerk over. Haaksbergen kreeg in 1894 een roomboterfabriek aan de Spoorstraat. In 1908 werd er tegenover het station een nieuwe stoomzuivelfabriek geopend.
 
Het gezin Ter Huurne (’n Tuten) op het Nijenhuis
Vanaf 1900 werd erve Nijenhuis door de familie Elderink verpacht aan de familie Ter Huurne-ter Huurne met de bijnaam ’n Tuten. Het gaat hier om vader Jan Hendrik ter Huurne (1842-1927) die was geboren op ‘de Hagboer’ aan de Meijersgaardenweg in Buurse. Hij huwde in 1870 met Catarina ter Huurne (1836-1911) van ’n Tuten aan de Zendvelderweg 3. Catarina was de dochter van de timmerman Jan Derk ter Huurne, geboren op erve Groot Buursink, en Anna Geerling Smit. Zij was erfdochter en zodoende werd haar echtgenoot Jan Hendrik landbouwer op ‘’n Tuten’, dat naar latere bewoners de naam ‘Porik-Jaan’ kreeg.
In 1900 deed zich de mogelijkheid voor het naastgelegen en veel grotere erf Nijenhuis te pachten. Het gezin Ter Huurne verhuisde toen naar het ‘noaber-erf’ en kon hier op grotere schaal boeren.
 
Uit het huwelijk van Jan Hendrik en Catarina werden op ’n Tuten vijf kinderen geboren, waarvan twee dochters en een zoon volwassen werden.
1. Gerridina ter Huurne (1871-1871), tweeling met Anna.
2. Anna ter Huurne (1871-1953). Gehuwd 1899 met Johannes Deeterink, landbouwer op ‘De Helle’ aan de Alsteedseweg 48.
3. Gerhardus Johannes ter Huurne (1873-1908). Hij was ongehuwd.
4. Gerridina ter Huurne (1875-1879).
5. Hendrika Christina (Dika) ter Huurne (1879-1960). Gehuwd met Hendrik van Mast.
 
Het gezin Van Mast-ter Huurne op het Nijenhuis
De jongste dochter Dika ter Huurne werd na het overlijden van haar broer erfopvolgster op het Nijenhuis. Dika huwde in 1909 met Johan Gerhard Heinrich (Hendrik) van Mast (1881-1961), geboren op het erve Haarmölle, waar zijn oudste broer de opvolger was geworden. Hendrik huwde aanvankelijk bij zijn schoonouders in op het Nijenhuis. In 1925 bouwde hij een statige boerderij aan de Alsteedseweg, op grond van zijn ouderlijk erf Haarmölle, dat de naam Geertruidahoeve kreeg. Uit het huwelijk Van Mast-ter Huurne werden op ’t Nijenhuis drie kinderen geboren.
 
1. Catharina Geertruida Johanna (Cathrien) van Mast (1910-1990). Gehuwd 1938 met caféhouder en winkelier Hendrik Winkelman. Broekheurnerweg, Buurse.
2. Hendrikus Hermanus Johannes (Hendrik) van Mast (1914-1985). Hendrik was inwonend op ‘Geertruidahoeve’ en is ongehuwd gebleven.
3. Hermannus Gerhardus Johannes Antonius (Herman) van Mast (1920-2011). Herman was landbouwer op ‘Geertruidahoeve’ en huwde in 1963 met Catrien ter Huurne van erve ‘Groot Buursink’.
 
In 1926 volgde de verhuizing naar de ‘Geertruidahoeve’. De familie Van Mast-ter Huurne bleef hier, naar de afkomst van moeder Dika, de bijnaam ’n Tuten behouden.
Een kleindochter van Dika is door aankoop eigenaar van het erve Nijenhuis geworden. Zij en haar gezinsleden bewonen het erf met de herbouwde boerderij sinds 2016.
 
Bronnen:
-Oud-Achterhoeksch boerenleven het heele jaar rond door H.W. Heuvel;
-Heeren en Helden van Haaksbergen; Geschiedenis van een textieldorp in Haaksbergen door Wim H. Nijhof.
- Boer Geert vertelt; Twents boerenbestaan vroeger en nu door Harry Wonink;
-Herinneringen van een oude Saksische boer door Bernard Weenink.
Kan een afbeelding zijn van 2 mensen, staande mensen en buitenshuis
 
 
Laatst aangepast opzondag, 12 March 2023 20:48

Openingstijden Historisch Centrum

maandag 09.00-12.00 en 13.30-17.00 uur
dinsdag 09.00-12.00 en 13.30-17.00 uur
woensdag Gesloten
donderdag 19.00-22.00 uur
vrijdag  09.00-12.00 uur

Contact

Historische Kring Haaksbergen
Markt 3 - Souterrain Gemeentehuis    
7481 HS  HAAKSBERGEN
Tel.: 053-5742374
E-mail: info@historischekringhaaksbergen.nl 

Bankrekeningen

Voor schenkingen en giften:
Rabobank: NL76RABO0324229917
ANBI-nr. 8056.08.837
Voor lidmaatschap en abonnement:
Ing: NL23INGB0002547699

Overige gegevens 

Kamer van Koophandel: 40073806
Fiscaal nummer: 8056.08.837
Statuten